Bizarre startsignalen, ‘originele’ debutanten en een dappere finalist

Geplaatst op 13-11-2015 door auteur: Jurgen; Fotograaf: Johan in Wedstrijden

Zaterdag 7 november 2015, de regiowedstrijd in Enschede. Een datum die over 30 jaar misschien nog wel in een aantal Trias-gezinnen herinneringen zal oproepen. Want waar start je met het geluid van kloppend hout? Hoe word je met val toch tweede tijdens je de debuut? En hoe kun je met een blessure toch tweede worden in een A-finale? Het gebeurde in Twente.

Zaterdagochtend lopen de Trias-pupillen ongeduldig rond het ijs in Enschede. Met de nieuwe helmcaps, voorzien van de vlaggen van de vier provincies uit de regio, zien ze er top uit. Vrijdagavond is er nog scherp getraind. Dus alle voorwaarden voor succes zijn aanwezig. En succes is er zeker. Kijk maar eens op shorttrackonline voor alle A-finaleplaatsen en persoonlijke records. En wie geen succes op het ijs heeft, vergeet snel zijn zorgen op het grote springkussen. Zo beleeft iedereen een plezierige dag.

Onder de wedstrijdrijders bevinden zich twee heuse wedstrijddebutanten. Marieke de Vries en Jurre Sybrandi. Twee nieuwelingen met een bijzonder verhaal. Marieke maakt zich vooraf zorgen of ze het tempo wel kan bijhouden. Na een knuffel van haar vader stapt ze richting de heatbox voor haar wedstrijd. Eén van haar tegenstanders is een reus uit Enschede. Marieke pakt direct na de start brutaal de kop. Maar de reus is daar niet van gediend en probeert de veel kleinere Marieke opzij te zetten. Maar dat pikt ze niet. Met de nodige ervaring uit de skeelersport in haar bagage blokt ze de reus. Die gaat haar nog wel voorbij, maar een ronde later wankelt de reus nog na. Hij valt en Marieke wint haar eerste race. Enigszins teleurgesteld over haar tweede race met een derde plaats, geeft ze alles tijdens de laatste race in de B-finale. Haar allereerste schaatswedstrijd over 500 meter. Ze vliegt direct weg na de start en slaat een gat met haar tegenstanders. Tijdens de race kijkt ze om, maar haar tegenstanders bedreigen haar niet. Na de laatst bocht is het bijna tijd om te gaan juichen. Maar dan slaat het noodlot toe. Opeens ligt Marieke tegen de boarding. Drie tegenstanders vliegen voorbij en Marieke maakt kennis met de harde wetten van shorttrack. Maar een talent leert snel, dus met Marieke komt dat vast goed.

Jurre is ook nerveus. Hij zit wat stilletjes op de bank en maakt zich zorgen. Want waar moet je nu starten tijdens een wedstrijd? Zijn moeder en zus stellen hem gerust. Jurre maakt misschien wel het meest bizarre debuut ooit. Als een speer pakt hij uit startpositie vier de kop en dat houdt hij ruim een ronde vol. Dan komt hij te snel de bocht uit, verliest zijn evenwicht en landt samen met een tegenstander in de kussens. Weg mooie positie. Maar Jurre staat snel weer op. Hij klimt van plaats vier naar drie en heeft vervolgens heel veel geluk. Eén van koplopers valt en Jurre finisht zijn allereerste race alsnog op keurige tweede plek. Tijdens zijn tweede race zijn er geen noemenswaardige incidenten. Jurre rijdt gewoon goed. Zo goed zelfs dat hij met zijn tweede plek een plaats in de A-finale afdwingt. Tijdens de A-finale heeft Jurre minder geluk. Hij valt tijdens de wedstrijd met sterke tegenstanders. Een vierde plek is zijn deel. Maar een vierde plaats in het eindklassement tijdens je eerste wedstrijd is toch een geweldige prestatie?

Dan nog iets met de start. De organisatie heef alles tot de puntjes geregeld. Maar één ding ontbreekt: de sleutel van de wapenkamer, waar het startpistool ligt. Hoe start je dan? De starter laat zich niet voor één gat vangen. Hij pakt twee stukjes hout en slaat het ene tegen het andere. De ‘Twentse start’ is geboren. Deze methode is geen lang leven beschoren en tijdens de tweede ronde blaast de starter op een fluitje. Dat is ook geen succes. Veel deelnemers denken dat er alleen nog maar vals wordt gestart en ook de filmers in het publiek zijn van slag.  Ze stoppen spontaan met hun opnames na het horen van het fluitje van de ‘valse start’. Maar ook in Twente geschieden wonderen. Tijdens de finale is daar opeens een startpistool. Of dat een origineel exemplaar is of een leenwapen van de lokale boswachter, weet niemand. De starter schiet in ieder geval geen gaten in het dak.

En dan is daar nog Lars Straver. Klaar voor zijn eerste A-finale in twee jaar zorgt hij voor iets unieks. Na een paar rondes knokt hij met Ilse Tuinstra voor de tweede plaats. Dan valt Lars in de bocht, blijft liggen, grijpt naar zijn linkerknie en de wedstrijd wordt gestaakt. Scheidsrechter Jurre Krijgsheld helpt hem overeind, Lars droogt zijn tranen en gaat klaar staan voor de herstart. Na het startsignaal ligt Lars tweede, krijgt nog een kans om te winnen, maar blijft steken op plek twee. Niks bijzonders. Tot Lars na de race enorm veel pijn in zijn knie krijgt. De EHBO checkt zijn knie en Lars moet naar de huisartsenpost. De arts constateert een verdraaide knie en een verrekte binnenband van zijn knie. Een week rust, luidt het advies. Op de vraag waarom hij toch de finale heeft gereden antwoordt Lars heel droogjes: ‘Een A-finale laat je niet lopen.‘ Ook de KNSB-cup van zondag laat Lars niet lopen. Want na een nachtje slapen, kun je volgens hem best weer als blokjeslegger aan de slag.

Uitslagen van deze regiowedstrijd Noord Oost Nederland in Enschede, de eerste van dit seizoen, zijn terug te vinden op shorttrackonline.info.


Coach Siebren reisde met 17 pupillen naar Enschede Debutante Marieke, die direct van start mocht in de divisie B Debutant Jurre in de voetsporen van zijn grote zus.
Sidijk logo Rabobank logo Sidijk logo

Voeg Trias toe op: